De twee maanden in Peru hebben een diepe indruk op me gemaakt. Die maskers waar ik in het eerste bericht over schreef zijn intussen wel voor me afgenomen, en wat er achterzit heeft zijn mooie en lelijke kanten. In Cusco heb ik daarvan, in tegenstelling tot wat ik toen dacht, daar niet veel van gezien. Dat kwam allemaal in Caicay. Daar heb ik de Peruanen leren kennen die niet zijn bedorven door toerisme. Daarentegen vaak bedorven door alcoholisme, waar veel van de ouders van de kinderen problemen mee hadden. Benadeeld door armoede, zoals bijna iedereen in het dorp.
Maar het was echt, het was eerlijk, dit was het Peru zonder masker op. Het Peru dat slechts weinigen te zijn krijgen. Want hier lees je niet over in toeristenfolders.
Wat me het meest zal bijblijven, is de familie Quispe. Flora, Oscar, Diego en vooral Mireny. Flora was de kokin die voor het project werkte, en Oscar, Diego en Mireny haar kinderen. Elke avond waren ze bij ons, en we lachten met Flora terwijl ze aan het koken was, en ik hielp elke avond Mireny met haar huiswerk, waarna ik voor haar en Oscar ging tekenen. Mireny is als een zusje voor me geworden, en met Flora, Oscar en Diego heb ik een betere band gekregen dan dat ik over veel familie in Nederland kan zeggen.
Het gezicht van Peru (van het echte Peru van de Andes, niet van de Europees-Peruaanse rascisten die ik gister heb leren kennen) zie ik voor me in de pikzwarte ogen van Diego, de 2 maanden oude baby van Flora. In zijn bloed stroomt het bloed dat al duizenden jaren in Peru vloeit, en zijn bloed zal ook in de toekomst het echte beeld van Peru vormen.
Peru is een land geworden dat ik graag mijn thuis zal noemen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten