De twee maanden in Peru hebben een diepe indruk op me gemaakt. Die maskers waar ik in het eerste bericht over schreef zijn intussen wel voor me afgenomen, en wat er achterzit heeft zijn mooie en lelijke kanten. In Cusco heb ik daarvan, in tegenstelling tot wat ik toen dacht, daar niet veel van gezien. Dat kwam allemaal in Caicay. Daar heb ik de Peruanen leren kennen die niet zijn bedorven door toerisme. Daarentegen vaak bedorven door alcoholisme, waar veel van de ouders van de kinderen problemen mee hadden. Benadeeld door armoede, zoals bijna iedereen in het dorp.
Maar het was echt, het was eerlijk, dit was het Peru zonder masker op. Het Peru dat slechts weinigen te zijn krijgen. Want hier lees je niet over in toeristenfolders.
Wat me het meest zal bijblijven, is de familie Quispe. Flora, Oscar, Diego en vooral Mireny. Flora was de kokin die voor het project werkte, en Oscar, Diego en Mireny haar kinderen. Elke avond waren ze bij ons, en we lachten met Flora terwijl ze aan het koken was, en ik hielp elke avond Mireny met haar huiswerk, waarna ik voor haar en Oscar ging tekenen. Mireny is als een zusje voor me geworden, en met Flora, Oscar en Diego heb ik een betere band gekregen dan dat ik over veel familie in Nederland kan zeggen.
Het gezicht van Peru (van het echte Peru van de Andes, niet van de Europees-Peruaanse rascisten die ik gister heb leren kennen) zie ik voor me in de pikzwarte ogen van Diego, de 2 maanden oude baby van Flora. In zijn bloed stroomt het bloed dat al duizenden jaren in Peru vloeit, en zijn bloed zal ook in de toekomst het echte beeld van Peru vormen.
Peru is een land geworden dat ik graag mijn thuis zal noemen.
vrijdag 1 augustus 2008
dinsdag 29 juli 2008
Surrealisme in Bolivia
Vergeet wat ik zei over de mooiste natuur die ik ooit heb gezien tijdens de Salkantay Machu Picchu, het was prachtig, maar wat ik de afgelopen week heb mogen zien, gaat toch weer een latje hoger.
Vorige week woensdag heb ik vanuit Cusco de nachtbus genomen die me naar Copacabana in Bolivia heeft gebracht, waar ik Jorien (waar ik 3 weken mee in Caicay zat) weer ontmoette. Samen zijn we naar Isla del Sol op het Titicaca meer geweest en ook zijn we samen in een rottempo door heel Bolivia naar het zuiden afgereisd.
We begonnen na een relaxt dagje op het meer in La Paz, een ontzettend grote (10mln mensen) en chaotische stad met een toch heel aantrekkelijk karakter, waar we onze toch naar de zoutvlakte van Uyuni en de woestijn daaronder hebben geboekt. Diezelfde avond hebben we de nachtbus naar Uyuni genomen, wat echt belachelijk koud was, en zondag ochtend vertrok onze tocht naar de zoutvlakte.
Het is werkelijk ongelovelijk; zo ver je kunt kijken niks dan een witte horizon. Draai een kwartslag en je ziet bergen, maar dat blijken dan eilanden in de zoutvlakte te zijn. We hebben de hele dag in een oude Toyota Landcruiser 4x4 rondgereden, en hoewel het uitzicht nooit veel veranderde, bleef het prachtig. s avonds heeft de chauffeur Jorien, 2 Amerikanen (ofja een Laotiaan en een Rus uit New York) en mij op de zoutvlakte achtergelaten, om zelf met de rest van de groep naar de slaapplaats te rijden, en ons na zonsopgang op te halen. Het zijn weer eens de kleine dingen die een dag mooi maken. Na toch een drukke dag wat toeristen betreft, stonden we daar nu met ons vieren op die enorme vlakten, geen mens in zicht en doodstil. We hadden nog anderhalf uur te doden, dus ik besloot te gaan wandelen. Wederom ongelovelijk, je kunt lopen wat je wilt, maar niks verandert, alleen die drie mensen achter mij veranderden in kleine zwarte puntjes.
De volgende dag reden we zoutvlakte uit en bezochten we de gekleurde bergmeren, waar tientallen roze flamingos in stonden te stinken. Het contrast wat prachtig, de monotone bruine bergen, het felgele riet, het helderblauwe (of rood of groen) water en de tropisch gekleurde vogels. Ik kan wel nog honderd keer vertellen hoe mooi het was, maar ik laat de fotos voor me spreken.
Vanochtend was na een bezoek aan de geishers en lava putten, nog een laatste bergmeer en de Dali desert de tocht voorbij. Ik ben op een bus naar Chili gezet, waar ik nu in San Pedro de Atacama achter een computer zit. Ik zit op 2400 meter, wat na een week op gemiddeld 4000 meter met snachts -10 en overdag snijdend koude wind weer heel aangenaam warm is. De komende 2 dagen zal ik bussen doorbrengen, die mij terug naar Lima brengen, om zaterdag al naar huis te vliegen. Maar donderdag heb ik nog een stop in een hopelijk interessant dorpje onder Lima: Chincha!
dinsdag 22 juli 2008
Salkantay & Machu Picchu
100 km in 5 dagen. Tussen 4600 meter en 1800 meter. Blaren. Spierpijn. Slaaptekort. En de mooiste natuur die ik ooit heb gezien. In de afgelopen 5 dagen heb ik de Salkantay bergtocht naar Machu Picchu gelopen, als slagroom op de taart na 6 weken Peru. Ik zal het per dag beschrijven. de foto´s zijn van boven naar beneden dag 1, 4 en 5.
Vorige week donderdag ging de wekker om 3.30 in de nacht, want om 4 uur werden opgehaald door het busje en de gids die ons naar de voet van de Salkantay berg zou brengen. Na de rit van 3 uur, waar ik me door het slapen niks van kan herinneren, kwamen we aan op de pampa´s onder de berg aan. Dit was op 3500 meter hoogte, en nadat alles op de paarden was geladen (ik droeg zelf mijn eigen spullen, maar de rest van de groep gaf alles af aan de dragers) begonnen we aan een klim van 1100 meter de hoogte in, in 4 uur lopen. Al snel nadat we begonnen waren liep ik een redelijk eind voor op de groep, en relaxt als de gids was, spraken we vanaf het eerste rustpunt af dat ik vooruit mocht lopen, en zou wachten bij de afgesproken lunch en overnachtingsplaatsen. Dit betekende dat ik de 5 dagen zo goed als ik mijn eentje heb afgelegd, want ik liep steeds een uur voor op de groep. Dit heeft het zo veel mooier voor me gemaakt, de stilte en eenzaamheid van de hoge bergen kon ik helemaal opzuigen. Na de pas onder de gletsjer onder Salkantay op 4600m overgestoken te hebben was het nog een halfuurtje lopen naar de overnachtingsplaats, waar ik al voor de paarden aankwam en later heb meegeholpen de tenten op te zetten. We kregen die avond heerlijk te eten, vis met rijst, en de kok was echt geniaal, elke dag kregen we belachelijk creatief en heerlijk te eten. Die nacht werd het -10 en heb ik door de kou dus niet veel geslapen in het tentje. Mijn slaapzak was prima, maar mijn gezicht vroor eraf.
De 2e en 3e dag kan ik wat korter over zijn, ik liep maar 3 tot 4 per dag op de tocht, en was voor de middag al op de campingplek, waar we de rest van de middag rustten en heerlijk aten. We waren inmiddels afgedaald naar 3000 meter de 2e dag, en kwamen al in bereik van het regenwoud, wat hier begon in de vorm van dik groen struikgewas.
De 3e dag daalden we af naar 1800 meter, en liepen we door het ´cloudforest´, het overgangsgebied naar het Amazone woud. Dit was echt ongelovelijk mooi, in de groene riviervalleien liep ik onder de lianen, langs de witte rubberbomen, en vlogen insecten zo groot als mijn hand voorbij. Deze avond hebben we in het jungle dorpje waar we sliepen een heerlijke koffie gedronken, die daar ter plekke wordt gegroeid.
De 4e dag was het zwaarst. We werden om 5 uur gewekt en na een stevig ontbijt gingen we opweg, de laatse etappe, naar de Aguas Calientes, het dorpje onder Machu Picchu. We liepen die dag een stuk van het originele Inca trail. In een tocht van 6 uur staken we een berg over en liepen we door het dal naar het dorp. Het oversteken van de berg was extreem zwaar. In 3 uur stegen we een kilometer, en stijl dat het was! Toen we eindelijk boven kwamen hadden we wel een prachtig panaroma van de omgeving, en aan de overkant van de vallei zagen we machu picchu al op de bergtop liggen. Na nog een zware afdaling van 2 uur en een wandeling van een uur door het dal kwamen we in het dorp aan, waar we welverdiend een heerlijke lunch en een goede rust kregen.
En toen was het zover, dag 5, waar ik al jaren naartoe heb geleefd: om 4 uur ´s-nachts onder de volle maan de eerste voet leggen aan de wandelijk naar Machu Picchu. Ik liep weer een stuk voor op de groep, haalde nog een horde mensen in, en uiteindelijk liep ik alleen op de zwak verlichtte trappen de berg op. In mijn hoofd droomde ik al dat ik als eerste zou aankomen, en daar zou zitten kijken naar de ruines verlicht door de maan, wachtend op de zon. Die wan illusie hield me in ieder geval snel aan het lopen ,want meer had ik er niet aan; om 5 uur kwam ik aan bij de entreepoort, waar al een dertigtal anderen zaten te wachten tot de deuren om 6 uur open gingen. Nouja, in de rij danmaar. Een halfuur later kwam mijn groep, en om 6 uur konden we naar binnen. wel kregen we als eerste vijftigtal mensen de mogelijkheid om mooie foto´s te maken van Machu Picchu zonder mensen erin, dus het opstaan was het waard. Na de rondleiding hebben we nog Waynapicchu, de berg erboven beklommen en een tocht naar de maan tempel gemaakt, wat alles bij elkaar weer een wandeling van 4 uur was, en dat plus het lopen naar en terug van de ruines naar het dorp maakte dit de zwaarste, maar veruit mooiste dag.
Na 4 dagen lopen is Machu Picchu een prachtige beloning, de mensen die met de trein van Cusco komen, de bus naar de ruines pakken, een aantal fotos maken en weer terug gaan, die hebben niks meegemaakt. Ik heb er bloed (letterlijk) en zweet voor gegeven om er te komen, en om als een van de eersten ´s ochtends over de ruines te kijken, had ik even het gevoel dat ik er in 1912 bij was met Hiram Bingham, heel eventjes maar.
woensdag 16 juli 2008
Yunca Puncu
Morgen vertrek ik op een 5 daagse tocht naar Machu Picchu, en hoewel ik daarna nog 2 dagen naar het project terugga, heb ik vandaag het gevoel gekregen dat het al afgelopen is. De tweede etappe is afgesloten, en nu begin ik aan de laatste, eerst dus Machu Picchu, en daarna reis ik af naar Bolivia waar ik naar een immens grote zoutvlakte bij Uyuni ga, van 12000 km2.
Maar laat ik eerst nog een afsluitend berichtje over het project in Caicay schrijven. Over het project zelf heb ik al genoeg verteld, dus zal ik vertellen over twee mooie dingen die ik de afgelopen dagen buiten het project rond het dorp heb meegemaakt.
Afgelopen zondag ben ik met Nine en 2 meisjes die dagelijks naar het project komen, Vanessa en Mireny, (Vanessa is het buurmeisje en Mireny is de dochter van de kokin) naar Yunca Puncu gewandeld. Het project is vernoemd naar Yunca Puncu, wat een oude Inca brug ruine is in de rivier op ongeveer anderhalfuur wandelen buiten het dorp. Nine en ik hadden de vorige dag in Cusco een hoop lekkers gekocht; grote broden, salami, snoepjes, frisdrank en noem het maar op. Na de wandeling door de prachtige omgeving kwamen we aan bij Yunca Punca, en inmiddels was de omgeving zo dramatisch veranderd ten opzichte van het dorp dat ik me voelde alsof ik rondwaande in een oude wild west film.
Ik maakte een vuur onder de rots, en we roosterden het brood waarna we gingen picknicken. We hebben het zo ontzettend leuk gehad, er waren geen mensen in de omgeving te bekennen, de meisjes maakten een zandkasteel en Nine en ik doken de ijskoude rivier in. Aan het eind van de dag heb ik voor iedereen gekookt in het project, en ook de familie van Mireny uitgenodigd.
Op de route naar Yunca Puncu, ongeveer halverwege, is in een rots een pre-inca begraafplaats gelegen, die we die zondag gezien hadden. We hadden toen geen tijd om het te bezoeken, dus zijn we er vandaag naartoegegaan. Na een korte wandeling, en daarna een korte maar intensieve klim zaten we opeens onder een grote stijle rots waarin kleine grotjes waren uitgegraven. Of het een begraafplaats was weten we niet zeker, maar aangezien ik er een half skelet heb opgegraven op een plek waar een dijbeen de grond uitstak, gingen we daar maar vanuit. Het was heel speciaal om op zo een oude plek te zijn, die niet eerder onderzocht lijkt te zijn, en waar op wat andere vrijwilligers uit het dorp nooit toeristen komen.
Maar nu is dus de tijd gekomen om afscheid te nemen. Afscheid van de kinderen, afscheid van Flora, Mireny en Oscar, afscheid van de prachtige omgeving, afscheid van Nine en afscheid van Caicay, waar ik me zo thuis heb gevoeld de afgelopen maand, en een stukje van mijn hart zal achterlaten, om het hopelijk ooit nog eens op te zoeken.
zaterdag 5 juli 2008
Señor Ronald

Ik wil er eigenlijk niet aan denken, maar ik ontkom er niet aan: de tijd vliegt aan me voorbij. Ik ben al meer dan een maand in Peru, en heb net de tweede week van mijn project afgesloten. Ik heb zelfs nachtmerries dat ik plotseling in Nederland wakker word en al mijn herinneringen aan Peru verdwenen zijn. Maar als ik dan wakker word in mijn bed in het tuinhuisje op het terrein van het project, voelt dat gelukkig heel goed.
Zoals ik al zei, heb ik net de tweede week in het project in Caicay gehad. Het is een ontzettend leuk project in een prachtige omgevingen in een heel charmant dorpje. Jullie zouden de kinderhatende Ronald hier niet meer herkennen, want wat een schatjes zijn het allemaal!
Er komen dagelijks tussen de 30 en 40 kinderen naar het schooltje, waar ze twee uur bezig zijn, de jongsten met tekenen en kleuren, de ouderen met Engels.
De eerste week stond in het teken van het feest dat op 29 Juni werd gevierd, namelijk de -geen idee hoeveelste- verjaardag van het project. En de kinderen moesten stukjes voorbereiden om op die zondag aan de ouders en andere gasten te presenteren. We hadden met Nine, een duits meisje dat hier drie maanden op het project werkt, en Corine en Nadine, twee zwitserse meisjes die er maar een weekje waren, bedacht dat de jongsten een liedje in het Engels (If you´re happy and you know it clap your hands, heel creatief) zouden zingen, en de ouderen een dansje (op een liedje van het nederlandse Room Eleven!) zouden doen.
Na een weekje flink oefenen en uiteraard veel lachen om de prachtige engelse uitspraak van 5 jarige kindjes, het zeer a-ritmische meeklappen, en het eveneens a-synchrone dansje, deden ze het op de zondag toch allemaal heel erg goed, en de kinderen hadden een heel leuke dag met veel snoep en chocolade.
Afgelopen maandag begon weer de normale week, met ook een nieuwe vrijwilligster, Jorien uit Eindhoven, die hier net zo lang als ik blijft. Ik kende tegen die tijd al bijna alle namen van de kinderen, en de kinderen waren ook al gewend aan mijn aanwezigheid. Dat betekende dat deze week ontzettend leuk was, de interactie met de kinderen verloopt heel goed. Elke dag als ze binnenkomen met ¨Buenas Tardes Señor Ronald¨ word ik meteen aan het werk gezet; niet zoals Nine en Jorien, die bezig zijn iedereen aandacht te geven en de chaos te beheersen, nee, ik ben gepromoveerd tot tekenaar. Ik hoor op een dag minstens 15 keer ´Dibujame!! (teken voor mij)´, doordat ik één keer zo slim was een tekeningetje te maken voor iemand.
Soms worden we gestoord als bijvoorbeeld een koe de poort openbreekt en het terrein oploopt (wat een heerlijk dorp), maar voor de rest heeft elke dag wel zijn vaste ritme.
Na drie dagen tekenen en engels komen de donderdagen van sport en de vrijdagen van film. Donderdag betekend hier dus dat je nadat kinderen naar huis gegaan zijn helemaal kapot bent. Ik ben op deze dagen 2 uur aan het rondrennen met kinderen op mijn nek, en als de ene eraf is, wil de volgende erop, kinderen aan het rondslingeren, en als de ene duizelig (ik net zo duizelig) loslaat wil meteen de volgende, en als ze klaar met aan mijn benen slingeren terwijl ik op het voetbalgoal zit, willen ze basketballen. KAPOT
Vrijdag is een stuk relaxter, dan zetten we alle stoelen voor de TV en wordt er een dvd gekeken, gisteren De Kleine Zeemeermin, en delen we frisdrank en koekjes uit. Als de kinderen er niet zijn, is het vooral heel relaxt, ik zit veel in de zon te lezen, tekenen, of lekker wandelen in omliggende bergen en dorpen. s´avonds is het ook erg gezellig met Jorien en Nine, we zitten vaak samen buiten de ongelovelijk mooie sterrenhemel te bekijken of lekker warm rond het vuur buiten als de temperatuur tegen het vriespunt komt. Maar ook met een fles rum en Peter Pan is het gezellig.
dinsdag 24 juni 2008
Inti Raymi
Vandaag, 24 Juni, was het Inti Raymi ´festival van de zon´ feest in Cusco. Inti Raymi is het belangrijkste evenement in de regio Cusco dat nog uit de tijd van de Inca´s stamt.
Inti Ramyi is een eerbetoon aan de god Inti, luidt het nieuwe jaar van de Andes in en het markeert het winterpunt (de korste dag).
Het jaar 1535 was de laatste keer dat het feest werd bijgewoond door een Inca keizer, waarna het werd onderdrukt door de Spaanse heerschappij en de Katholieke kerk. Nadat enkele jaren nog kleine ceremonies werden gehouden, werd het in 1572 een officieel verboden festival.
Bijna 400 jaar later, in 1944, werd het feest weer tot leven geroepen in de vorm van een historische reconstructie met acteurs door Faustino Espinoza Navarro. Sindsdien wordt het jaarlijks gevierd in de ruines van Saqsaywaman, en het trekt vele toeristen en lokale mensen.
Vooral dat laatste heeft de dag vandaag bepaald, de dag waarvoor ik vrij heb genomen van mijn project en naar Cusco ben gekomen. Pinkpop was er niks bij; er waren echt belachelijk veel mensen. De ceremonie vond plaats op een groot grasveld tussen de ruines, met in het midden een goedkoop houten podium waar stenen op waren geschilderd. Daaromheen waren tribunes waar de rijke toeristen zaten, en die allemaal 90 dollar moesten neerleggen. Voor de rest van het volk en de toeristen was het gratis, wat zoveel wil zeggen dat alle heuvels met zicht op de ceremonie helemaal vol zaten. Tussen een handjevol roodverbrande toeristen, een peruaanse familie die een heerlijk ruikende pan vlees en aardappelen met rijst had meegenomen, zat ik zes uur lang in de met stof vermengde stenen wat koekjes en Inka Kola (belachelijk zoete en ongezonde gifgroene frisdrank) te verteren, terwijl ik in de verte op het podium wat gekleurde figuurtjes zag dansen.
Van de ceremonie heb ik uiteindelijk weinig meegekregen, maar ik heb toch een erg leuke dag gehad met de mensen met wie ik erheen was. Hoogtepuntje was toen een enorme menigte mensen zich door een horde politie heenbeukte en een grote heuvel met ruines (waar het verboden was op te zitten, dit jaar voor het eerst) boven het podium bezette. Wij zaten op de heuvel ertegenover en dat was een stuk spectaculairder dan het slachten van een lama, wat er erg nep uitzag en ik dus zeer betwijfel hoe echt dat was, waarmee de ceremonie werd beeindigt.
Inti Ramyi is een eerbetoon aan de god Inti, luidt het nieuwe jaar van de Andes in en het markeert het winterpunt (de korste dag).
Het jaar 1535 was de laatste keer dat het feest werd bijgewoond door een Inca keizer, waarna het werd onderdrukt door de Spaanse heerschappij en de Katholieke kerk. Nadat enkele jaren nog kleine ceremonies werden gehouden, werd het in 1572 een officieel verboden festival.
Bijna 400 jaar later, in 1944, werd het feest weer tot leven geroepen in de vorm van een historische reconstructie met acteurs door Faustino Espinoza Navarro. Sindsdien wordt het jaarlijks gevierd in de ruines van Saqsaywaman, en het trekt vele toeristen en lokale mensen.
Vooral dat laatste heeft de dag vandaag bepaald, de dag waarvoor ik vrij heb genomen van mijn project en naar Cusco ben gekomen. Pinkpop was er niks bij; er waren echt belachelijk veel mensen. De ceremonie vond plaats op een groot grasveld tussen de ruines, met in het midden een goedkoop houten podium waar stenen op waren geschilderd. Daaromheen waren tribunes waar de rijke toeristen zaten, en die allemaal 90 dollar moesten neerleggen. Voor de rest van het volk en de toeristen was het gratis, wat zoveel wil zeggen dat alle heuvels met zicht op de ceremonie helemaal vol zaten. Tussen een handjevol roodverbrande toeristen, een peruaanse familie die een heerlijk ruikende pan vlees en aardappelen met rijst had meegenomen, zat ik zes uur lang in de met stof vermengde stenen wat koekjes en Inka Kola (belachelijk zoete en ongezonde gifgroene frisdrank) te verteren, terwijl ik in de verte op het podium wat gekleurde figuurtjes zag dansen.
Van de ceremonie heb ik uiteindelijk weinig meegekregen, maar ik heb toch een erg leuke dag gehad met de mensen met wie ik erheen was. Hoogtepuntje was toen een enorme menigte mensen zich door een horde politie heenbeukte en een grote heuvel met ruines (waar het verboden was op te zitten, dit jaar voor het eerst) boven het podium bezette. Wij zaten op de heuvel ertegenover en dat was een stuk spectaculairder dan het slachten van een lama, wat er erg nep uitzag en ik dus zeer betwijfel hoe echt dat was, waarmee de ceremonie werd beeindigt.
woensdag 18 juni 2008
El Boleto Turistico en een Hoop Oude Stenen
Er zijn een aantal dingen in Cusco waar je als gringo onmogelijk aan ontkomt; oude vrouwen die je mutsen en truien van alpaca wol willen verkopen (die ik uiteraard allebei al bezit), jonge vrouwen die je op elke hoek van elke straat massages aanbieden, tientallen kunstenaars die je allemaal dezelfde tekeningen aanbieden, in één straat twintig keer achter elkaar cocaine en wiet aangeboden krijgen, maar bovenal zul je niet ontkomen aan het kopen van een Boleto Turistico.
Het Boleto Turistico is een entree kaartje voor zo ongevoor alle plekken met oude stenen rondom Cusco. Zonder dit kaartje kom je eigenlijk nergens binnen. Je kunt ermee naar de ruines van Saqsaywaman, Pisac, Ollantaytambo, Chinchero, Tipon en nog een aantal andere plekken en musea.
Afgelopen zaterdag heb ik de ruines van Saqsaywaman bezocht, die op een heuvel boven Cusco liggen, en een mooi uitzicht over de stad geven. De ruines zelf vond ik hier niet echt heel speciaal, buiten het feit dat het echt ongelovelijk is hoe duizenden stenen van gemiddeld een kubieke meter zo precies uitgehakt en opgestapeld zijn. Ik heb hier wel lekker zitten tekenen, en daarna een mooie wandeling door een stuk bos en over een oud inka pad terug naar de stad gemaakt.
Wat deze dag wel een heel leuk einde gaf waren de twee uur die ik tegen zonsondergang heb doorgebracht op de plaza voor de San Cristobal kerk, ook met uitzicht over de stad. Ik kom daar regelmatig om te lezen of gewoon te genieten van het uitzicht.
Op dit pleintje zitten dagelijks vrouwen in traditionele klederdracht te werken en te verkopen, en hun kinderen lopen er net zo mooi bij met hun lama´s en vragen half gehersenspoeld aan iedereen die er niet Peruaans uitziet ´take a picture, un sol, un foto´. Tussen deze mensen en de toeristen lijkt een dikke denkbeeldige muur te staan, zoals de maskers wat ik in het eerste bericht noemde.
Maar juist met deze mensen had ik een erg leuke ervaring; Ik had de dag ervoor een gesprek gehad met een vrouw die op dat plein haar handwerk aan het verkopen was, en ze had een erg mooie muts te koop, maar zwerver die ik ben had niks bij om het te kopen, dus ik had met haar afgesproken dat ik de volgende dag terug zou komen op de muts te kopen. Ze was ongeveer uurtje te laat dan de afgesproken tijd (heel normaal hier), dus ik ging mijn tekening afmaken van Saqsaywaman, en ik zag de kinderen al nieuwschierig kijken wat ik aan het doen was, maar ze bleven op een afstand.
Toen de vrouw kwam en ze bij me kwam zitten en we weer een leuk gesprekje hadden, ze heeft me wat Quechua geleerd en verteld over de inka cultuur, kwamen de kinderen meteen erbij staan, en allemaal natuurlijk giechelen om mijn prachtige Spaans. Nadat ik de muts had gekocht en de vrouw weer wegging, had ik papier en potloden aan de kinderen uitgedeeld en toen hadden ze een paar prachtige tekeningen voor me gemaakt, met de groeten aan al mijn vrienden in nederland: Para Ronald y todos sus amigos que estan saludos de Cusco, tu amiga Leonor. Een vrij hartverwarmende namiddag dus.
Maar weer terug naar de stenen. Voor zondag had een ik dagje geboekt om de heilige vallei te bezoeken, met de ruines van Pisac, Ollantaytambo en Chinchero. Naast het feit dat de ruines erg mooi waren en allemaal prachtig gelegen in de bergen, was het eigenlijk verschrikkelijk. Ik had namelijk van tevoren moeten informeren naar deze dag, dan had ik geweten dat ALLE gringos op zondag eropuitrekken in toeristenbussen. Dat wil zeggen dat ik in Ollantaytambo in de file stond op de oude inkatrappen tussen de ruines, omsingeld door flitsende cameras en ontzettend veel irritante Amerikanen. In Pisac was het wel relatief rustig, en dit vond ik ooit de mooiste plek van de dag, heel mooi gelegen op een bergtop.
We sloten de dag af in Chinchero, na vanuit de bus een prachtige zonsondergang over de besneeuwde bergtoppen gezien te hebben. Chinchero was niet heel interessant, het was al donker bij aankomst, en er waren alleen nog een honderdtal mensen op het pleintje voor de kerk hun waren aan het verkopen. Een redelijk triest aanzicht moet ik zeggen, want deze mensen leven echt in dienst voor de toeristen, wat mij iets te veel aan de nare geschiedenis van Peru doet denken, waar ze al 500 jaar ondergeschikt aan de blanken leven.
Vandaag heb ik tenslotte de ruines van Tipon bezocht, samen met Doro, die ook op de spaanse school zit. We hadden de plek eigenlijk voor onszelf, want er waren maar een handjevol andere mensen. Het was echt erg mooi, wederom heel mooi in de natuur gelegen, en er was een indrukwekkend canalen systeem dat tussen de terassen op de berghelling liep. We hebben de berg die boven de ruines uitsteekt nog halfverwege beklommen, vanwaar we een prachtig uitzicht hadden over de ruines en de vallei.
Ten slotte hebben we in het mooie dorpje Tipon, een landbouwers dorpje in een uitzonderlijk groene omgeving, de befaame Cuy (hamster) gegeten. Dat gebakken beestje ziet er luguber uit, met het hoofd inclusief tanden en pootjes inclusief nagels er nog aan, maar smaakte prima.
Vrijdag bezoek ik het archeologische hoogtepuntje Moray, na mijn laatste les spaans. En dan maandag begin ik al met werken in het project in Caicay.
Het Boleto Turistico is een entree kaartje voor zo ongevoor alle plekken met oude stenen rondom Cusco. Zonder dit kaartje kom je eigenlijk nergens binnen. Je kunt ermee naar de ruines van Saqsaywaman, Pisac, Ollantaytambo, Chinchero, Tipon en nog een aantal andere plekken en musea.
Afgelopen zaterdag heb ik de ruines van Saqsaywaman bezocht, die op een heuvel boven Cusco liggen, en een mooi uitzicht over de stad geven. De ruines zelf vond ik hier niet echt heel speciaal, buiten het feit dat het echt ongelovelijk is hoe duizenden stenen van gemiddeld een kubieke meter zo precies uitgehakt en opgestapeld zijn. Ik heb hier wel lekker zitten tekenen, en daarna een mooie wandeling door een stuk bos en over een oud inka pad terug naar de stad gemaakt.
Wat deze dag wel een heel leuk einde gaf waren de twee uur die ik tegen zonsondergang heb doorgebracht op de plaza voor de San Cristobal kerk, ook met uitzicht over de stad. Ik kom daar regelmatig om te lezen of gewoon te genieten van het uitzicht.
Op dit pleintje zitten dagelijks vrouwen in traditionele klederdracht te werken en te verkopen, en hun kinderen lopen er net zo mooi bij met hun lama´s en vragen half gehersenspoeld aan iedereen die er niet Peruaans uitziet ´take a picture, un sol, un foto´. Tussen deze mensen en de toeristen lijkt een dikke denkbeeldige muur te staan, zoals de maskers wat ik in het eerste bericht noemde.
Maar juist met deze mensen had ik een erg leuke ervaring; Ik had de dag ervoor een gesprek gehad met een vrouw die op dat plein haar handwerk aan het verkopen was, en ze had een erg mooie muts te koop, maar zwerver die ik ben had niks bij om het te kopen, dus ik had met haar afgesproken dat ik de volgende dag terug zou komen op de muts te kopen. Ze was ongeveer uurtje te laat dan de afgesproken tijd (heel normaal hier), dus ik ging mijn tekening afmaken van Saqsaywaman, en ik zag de kinderen al nieuwschierig kijken wat ik aan het doen was, maar ze bleven op een afstand.
Toen de vrouw kwam en ze bij me kwam zitten en we weer een leuk gesprekje hadden, ze heeft me wat Quechua geleerd en verteld over de inka cultuur, kwamen de kinderen meteen erbij staan, en allemaal natuurlijk giechelen om mijn prachtige Spaans. Nadat ik de muts had gekocht en de vrouw weer wegging, had ik papier en potloden aan de kinderen uitgedeeld en toen hadden ze een paar prachtige tekeningen voor me gemaakt, met de groeten aan al mijn vrienden in nederland: Para Ronald y todos sus amigos que estan saludos de Cusco, tu amiga Leonor. Een vrij hartverwarmende namiddag dus.
Maar weer terug naar de stenen. Voor zondag had een ik dagje geboekt om de heilige vallei te bezoeken, met de ruines van Pisac, Ollantaytambo en Chinchero. Naast het feit dat de ruines erg mooi waren en allemaal prachtig gelegen in de bergen, was het eigenlijk verschrikkelijk. Ik had namelijk van tevoren moeten informeren naar deze dag, dan had ik geweten dat ALLE gringos op zondag eropuitrekken in toeristenbussen. Dat wil zeggen dat ik in Ollantaytambo in de file stond op de oude inkatrappen tussen de ruines, omsingeld door flitsende cameras en ontzettend veel irritante Amerikanen. In Pisac was het wel relatief rustig, en dit vond ik ooit de mooiste plek van de dag, heel mooi gelegen op een bergtop.
We sloten de dag af in Chinchero, na vanuit de bus een prachtige zonsondergang over de besneeuwde bergtoppen gezien te hebben. Chinchero was niet heel interessant, het was al donker bij aankomst, en er waren alleen nog een honderdtal mensen op het pleintje voor de kerk hun waren aan het verkopen. Een redelijk triest aanzicht moet ik zeggen, want deze mensen leven echt in dienst voor de toeristen, wat mij iets te veel aan de nare geschiedenis van Peru doet denken, waar ze al 500 jaar ondergeschikt aan de blanken leven.
Vandaag heb ik tenslotte de ruines van Tipon bezocht, samen met Doro, die ook op de spaanse school zit. We hadden de plek eigenlijk voor onszelf, want er waren maar een handjevol andere mensen. Het was echt erg mooi, wederom heel mooi in de natuur gelegen, en er was een indrukwekkend canalen systeem dat tussen de terassen op de berghelling liep. We hebben de berg die boven de ruines uitsteekt nog halfverwege beklommen, vanwaar we een prachtig uitzicht hadden over de ruines en de vallei.
Ten slotte hebben we in het mooie dorpje Tipon, een landbouwers dorpje in een uitzonderlijk groene omgeving, de befaame Cuy (hamster) gegeten. Dat gebakken beestje ziet er luguber uit, met het hoofd inclusief tanden en pootjes inclusief nagels er nog aan, maar smaakte prima.
Vrijdag bezoek ik het archeologische hoogtepuntje Moray, na mijn laatste les spaans. En dan maandag begin ik al met werken in het project in Caicay.
Abonneren op:
Posts (Atom)