Vergeet wat ik zei over de mooiste natuur die ik ooit heb gezien tijdens de Salkantay Machu Picchu, het was prachtig, maar wat ik de afgelopen week heb mogen zien, gaat toch weer een latje hoger.
Vorige week woensdag heb ik vanuit Cusco de nachtbus genomen die me naar Copacabana in Bolivia heeft gebracht, waar ik Jorien (waar ik 3 weken mee in Caicay zat) weer ontmoette. Samen zijn we naar Isla del Sol op het Titicaca meer geweest en ook zijn we samen in een rottempo door heel Bolivia naar het zuiden afgereisd.
We begonnen na een relaxt dagje op het meer in La Paz, een ontzettend grote (10mln mensen) en chaotische stad met een toch heel aantrekkelijk karakter, waar we onze toch naar de zoutvlakte van Uyuni en de woestijn daaronder hebben geboekt. Diezelfde avond hebben we de nachtbus naar Uyuni genomen, wat echt belachelijk koud was, en zondag ochtend vertrok onze tocht naar de zoutvlakte.
Het is werkelijk ongelovelijk; zo ver je kunt kijken niks dan een witte horizon. Draai een kwartslag en je ziet bergen, maar dat blijken dan eilanden in de zoutvlakte te zijn. We hebben de hele dag in een oude Toyota Landcruiser 4x4 rondgereden, en hoewel het uitzicht nooit veel veranderde, bleef het prachtig. s avonds heeft de chauffeur Jorien, 2 Amerikanen (ofja een Laotiaan en een Rus uit New York) en mij op de zoutvlakte achtergelaten, om zelf met de rest van de groep naar de slaapplaats te rijden, en ons na zonsopgang op te halen. Het zijn weer eens de kleine dingen die een dag mooi maken. Na toch een drukke dag wat toeristen betreft, stonden we daar nu met ons vieren op die enorme vlakten, geen mens in zicht en doodstil. We hadden nog anderhalf uur te doden, dus ik besloot te gaan wandelen. Wederom ongelovelijk, je kunt lopen wat je wilt, maar niks verandert, alleen die drie mensen achter mij veranderden in kleine zwarte puntjes.
De volgende dag reden we zoutvlakte uit en bezochten we de gekleurde bergmeren, waar tientallen roze flamingos in stonden te stinken. Het contrast wat prachtig, de monotone bruine bergen, het felgele riet, het helderblauwe (of rood of groen) water en de tropisch gekleurde vogels. Ik kan wel nog honderd keer vertellen hoe mooi het was, maar ik laat de fotos voor me spreken.
Vanochtend was na een bezoek aan de geishers en lava putten, nog een laatste bergmeer en de Dali desert de tocht voorbij. Ik ben op een bus naar Chili gezet, waar ik nu in San Pedro de Atacama achter een computer zit. Ik zit op 2400 meter, wat na een week op gemiddeld 4000 meter met snachts -10 en overdag snijdend koude wind weer heel aangenaam warm is. De komende 2 dagen zal ik bussen doorbrengen, die mij terug naar Lima brengen, om zaterdag al naar huis te vliegen. Maar donderdag heb ik nog een stop in een hopelijk interessant dorpje onder Lima: Chincha!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten