dinsdag 29 juli 2008

Surrealisme in Bolivia




Vergeet wat ik zei over de mooiste natuur die ik ooit heb gezien tijdens de Salkantay Machu Picchu, het was prachtig, maar wat ik de afgelopen week heb mogen zien, gaat toch weer een latje hoger.

Vorige week woensdag heb ik vanuit Cusco de nachtbus genomen die me naar Copacabana in Bolivia heeft gebracht, waar ik Jorien (waar ik 3 weken mee in Caicay zat) weer ontmoette. Samen zijn we naar Isla del Sol op het Titicaca meer geweest en ook zijn we samen in een rottempo door heel Bolivia naar het zuiden afgereisd.

We begonnen na een relaxt dagje op het meer in La Paz, een ontzettend grote (10mln mensen) en chaotische stad met een toch heel aantrekkelijk karakter, waar we onze toch naar de zoutvlakte van Uyuni en de woestijn daaronder hebben geboekt. Diezelfde avond hebben we de nachtbus naar Uyuni genomen, wat echt belachelijk koud was, en zondag ochtend vertrok onze tocht naar de zoutvlakte.

Het is werkelijk ongelovelijk; zo ver je kunt kijken niks dan een witte horizon. Draai een kwartslag en je ziet bergen, maar dat blijken dan eilanden in de zoutvlakte te zijn. We hebben de hele dag in een oude Toyota Landcruiser 4x4 rondgereden, en hoewel het uitzicht nooit veel veranderde, bleef het prachtig. s avonds heeft de chauffeur Jorien, 2 Amerikanen (ofja een Laotiaan en een Rus uit New York) en mij op de zoutvlakte achtergelaten, om zelf met de rest van de groep naar de slaapplaats te rijden, en ons na zonsopgang op te halen. Het zijn weer eens de kleine dingen die een dag mooi maken. Na toch een drukke dag wat toeristen betreft, stonden we daar nu met ons vieren op die enorme vlakten, geen mens in zicht en doodstil. We hadden nog anderhalf uur te doden, dus ik besloot te gaan wandelen. Wederom ongelovelijk, je kunt lopen wat je wilt, maar niks verandert, alleen die drie mensen achter mij veranderden in kleine zwarte puntjes.


De volgende dag reden we zoutvlakte uit en bezochten we de gekleurde bergmeren, waar tientallen roze flamingos in stonden te stinken. Het contrast wat prachtig, de monotone bruine bergen, het felgele riet, het helderblauwe (of rood of groen) water en de tropisch gekleurde vogels. Ik kan wel nog honderd keer vertellen hoe mooi het was, maar ik laat de fotos voor me spreken.

Vanochtend was na een bezoek aan de geishers en lava putten, nog een laatste bergmeer en de Dali desert de tocht voorbij. Ik ben op een bus naar Chili gezet, waar ik nu in San Pedro de Atacama achter een computer zit. Ik zit op 2400 meter, wat na een week op gemiddeld 4000 meter met snachts -10 en overdag snijdend koude wind weer heel aangenaam warm is. De komende 2 dagen zal ik bussen doorbrengen, die mij terug naar Lima brengen, om zaterdag al naar huis te vliegen. Maar donderdag heb ik nog een stop in een hopelijk interessant dorpje onder Lima: Chincha!

dinsdag 22 juli 2008

Salkantay & Machu Picchu




100 km in 5 dagen. Tussen 4600 meter en 1800 meter. Blaren. Spierpijn. Slaaptekort. En de mooiste natuur die ik ooit heb gezien. In de afgelopen 5 dagen heb ik de Salkantay bergtocht naar Machu Picchu gelopen, als slagroom op de taart na 6 weken Peru. Ik zal het per dag beschrijven. de foto´s zijn van boven naar beneden dag 1, 4 en 5.

Vorige week donderdag ging de wekker om 3.30 in de nacht, want om 4 uur werden opgehaald door het busje en de gids die ons naar de voet van de Salkantay berg zou brengen. Na de rit van 3 uur, waar ik me door het slapen niks van kan herinneren, kwamen we aan op de pampa´s onder de berg aan. Dit was op 3500 meter hoogte, en nadat alles op de paarden was geladen (ik droeg zelf mijn eigen spullen, maar de rest van de groep gaf alles af aan de dragers) begonnen we aan een klim van 1100 meter de hoogte in, in 4 uur lopen. Al snel nadat we begonnen waren liep ik een redelijk eind voor op de groep, en relaxt als de gids was, spraken we vanaf het eerste rustpunt af dat ik vooruit mocht lopen, en zou wachten bij de afgesproken lunch en overnachtingsplaatsen. Dit betekende dat ik de 5 dagen zo goed als ik mijn eentje heb afgelegd, want ik liep steeds een uur voor op de groep. Dit heeft het zo veel mooier voor me gemaakt, de stilte en eenzaamheid van de hoge bergen kon ik helemaal opzuigen. Na de pas onder de gletsjer onder Salkantay op 4600m overgestoken te hebben was het nog een halfuurtje lopen naar de overnachtingsplaats, waar ik al voor de paarden aankwam en later heb meegeholpen de tenten op te zetten. We kregen die avond heerlijk te eten, vis met rijst, en de kok was echt geniaal, elke dag kregen we belachelijk creatief en heerlijk te eten. Die nacht werd het -10 en heb ik door de kou dus niet veel geslapen in het tentje. Mijn slaapzak was prima, maar mijn gezicht vroor eraf.

De 2e en 3e dag kan ik wat korter over zijn, ik liep maar 3 tot 4 per dag op de tocht, en was voor de middag al op de campingplek, waar we de rest van de middag rustten en heerlijk aten. We waren inmiddels afgedaald naar 3000 meter de 2e dag, en kwamen al in bereik van het regenwoud, wat hier begon in de vorm van dik groen struikgewas.
De 3e dag daalden we af naar 1800 meter, en liepen we door het ´cloudforest´, het overgangsgebied naar het Amazone woud. Dit was echt ongelovelijk mooi, in de groene riviervalleien liep ik onder de lianen, langs de witte rubberbomen, en vlogen insecten zo groot als mijn hand voorbij. Deze avond hebben we in het jungle dorpje waar we sliepen een heerlijke koffie gedronken, die daar ter plekke wordt gegroeid.

De 4e dag was het zwaarst. We werden om 5 uur gewekt en na een stevig ontbijt gingen we opweg, de laatse etappe, naar de Aguas Calientes, het dorpje onder Machu Picchu. We liepen die dag een stuk van het originele Inca trail. In een tocht van 6 uur staken we een berg over en liepen we door het dal naar het dorp. Het oversteken van de berg was extreem zwaar. In 3 uur stegen we een kilometer, en stijl dat het was! Toen we eindelijk boven kwamen hadden we wel een prachtig panaroma van de omgeving, en aan de overkant van de vallei zagen we machu picchu al op de bergtop liggen. Na nog een zware afdaling van 2 uur en een wandeling van een uur door het dal kwamen we in het dorp aan, waar we welverdiend een heerlijke lunch en een goede rust kregen.

En toen was het zover, dag 5, waar ik al jaren naartoe heb geleefd: om 4 uur ´s-nachts onder de volle maan de eerste voet leggen aan de wandelijk naar Machu Picchu. Ik liep weer een stuk voor op de groep, haalde nog een horde mensen in, en uiteindelijk liep ik alleen op de zwak verlichtte trappen de berg op. In mijn hoofd droomde ik al dat ik als eerste zou aankomen, en daar zou zitten kijken naar de ruines verlicht door de maan, wachtend op de zon. Die wan illusie hield me in ieder geval snel aan het lopen ,want meer had ik er niet aan; om 5 uur kwam ik aan bij de entreepoort, waar al een dertigtal anderen zaten te wachten tot de deuren om 6 uur open gingen. Nouja, in de rij danmaar. Een halfuur later kwam mijn groep, en om 6 uur konden we naar binnen. wel kregen we als eerste vijftigtal mensen de mogelijkheid om mooie foto´s te maken van Machu Picchu zonder mensen erin, dus het opstaan was het waard. Na de rondleiding hebben we nog Waynapicchu, de berg erboven beklommen en een tocht naar de maan tempel gemaakt, wat alles bij elkaar weer een wandeling van 4 uur was, en dat plus het lopen naar en terug van de ruines naar het dorp maakte dit de zwaarste, maar veruit mooiste dag.

Na 4 dagen lopen is Machu Picchu een prachtige beloning, de mensen die met de trein van Cusco komen, de bus naar de ruines pakken, een aantal fotos maken en weer terug gaan, die hebben niks meegemaakt. Ik heb er bloed (letterlijk) en zweet voor gegeven om er te komen, en om als een van de eersten ´s ochtends over de ruines te kijken, had ik even het gevoel dat ik er in 1912 bij was met Hiram Bingham, heel eventjes maar.

woensdag 16 juli 2008

Yunca Puncu





Morgen vertrek ik op een 5 daagse tocht naar Machu Picchu, en hoewel ik daarna nog 2 dagen naar het project terugga, heb ik vandaag het gevoel gekregen dat het al afgelopen is. De tweede etappe is afgesloten, en nu begin ik aan de laatste, eerst dus Machu Picchu, en daarna reis ik af naar Bolivia waar ik naar een immens grote zoutvlakte bij Uyuni ga, van 12000 km2.
Maar laat ik eerst nog een afsluitend berichtje over het project in Caicay schrijven. Over het project zelf heb ik al genoeg verteld, dus zal ik vertellen over twee mooie dingen die ik de afgelopen dagen buiten het project rond het dorp heb meegemaakt.

Afgelopen zondag ben ik met Nine en 2 meisjes die dagelijks naar het project komen, Vanessa en Mireny, (Vanessa is het buurmeisje en Mireny is de dochter van de kokin) naar Yunca Puncu gewandeld. Het project is vernoemd naar Yunca Puncu, wat een oude Inca brug ruine is in de rivier op ongeveer anderhalfuur wandelen buiten het dorp. Nine en ik hadden de vorige dag in Cusco een hoop lekkers gekocht; grote broden, salami, snoepjes, frisdrank en noem het maar op. Na de wandeling door de prachtige omgeving kwamen we aan bij Yunca Punca, en inmiddels was de omgeving zo dramatisch veranderd ten opzichte van het dorp dat ik me voelde alsof ik rondwaande in een oude wild west film.
Ik maakte een vuur onder de rots, en we roosterden het brood waarna we gingen picknicken. We hebben het zo ontzettend leuk gehad, er waren geen mensen in de omgeving te bekennen, de meisjes maakten een zandkasteel en Nine en ik doken de ijskoude rivier in. Aan het eind van de dag heb ik voor iedereen gekookt in het project, en ook de familie van Mireny uitgenodigd.

Op de route naar Yunca Puncu, ongeveer halverwege, is in een rots een pre-inca begraafplaats gelegen, die we die zondag gezien hadden. We hadden toen geen tijd om het te bezoeken, dus zijn we er vandaag naartoegegaan. Na een korte wandeling, en daarna een korte maar intensieve klim zaten we opeens onder een grote stijle rots waarin kleine grotjes waren uitgegraven. Of het een begraafplaats was weten we niet zeker, maar aangezien ik er een half skelet heb opgegraven op een plek waar een dijbeen de grond uitstak, gingen we daar maar vanuit. Het was heel speciaal om op zo een oude plek te zijn, die niet eerder onderzocht lijkt te zijn, en waar op wat andere vrijwilligers uit het dorp nooit toeristen komen.

Maar nu is dus de tijd gekomen om afscheid te nemen. Afscheid van de kinderen, afscheid van Flora, Mireny en Oscar, afscheid van de prachtige omgeving, afscheid van Nine en afscheid van Caicay, waar ik me zo thuis heb gevoeld de afgelopen maand, en een stukje van mijn hart zal achterlaten, om het hopelijk ooit nog eens op te zoeken.

zaterdag 5 juli 2008

Señor Ronald




Ik wil er eigenlijk niet aan denken, maar ik ontkom er niet aan: de tijd vliegt aan me voorbij. Ik ben al meer dan een maand in Peru, en heb net de tweede week van mijn project afgesloten. Ik heb zelfs nachtmerries dat ik plotseling in Nederland wakker word en al mijn herinneringen aan Peru verdwenen zijn. Maar als ik dan wakker word in mijn bed in het tuinhuisje op het terrein van het project, voelt dat gelukkig heel goed.


Zoals ik al zei, heb ik net de tweede week in het project in Caicay gehad. Het is een ontzettend leuk project in een prachtige omgevingen in een heel charmant dorpje. Jullie zouden de kinderhatende Ronald hier niet meer herkennen, want wat een schatjes zijn het allemaal!


Er komen dagelijks tussen de 30 en 40 kinderen naar het schooltje, waar ze twee uur bezig zijn, de jongsten met tekenen en kleuren, de ouderen met Engels.




De eerste week stond in het teken van het feest dat op 29 Juni werd gevierd, namelijk de -geen idee hoeveelste- verjaardag van het project. En de kinderen moesten stukjes voorbereiden om op die zondag aan de ouders en andere gasten te presenteren. We hadden met Nine, een duits meisje dat hier drie maanden op het project werkt, en Corine en Nadine, twee zwitserse meisjes die er maar een weekje waren, bedacht dat de jongsten een liedje in het Engels (If you´re happy and you know it clap your hands, heel creatief) zouden zingen, en de ouderen een dansje (op een liedje van het nederlandse Room Eleven!) zouden doen.


Na een weekje flink oefenen en uiteraard veel lachen om de prachtige engelse uitspraak van 5 jarige kindjes, het zeer a-ritmische meeklappen, en het eveneens a-synchrone dansje, deden ze het op de zondag toch allemaal heel erg goed, en de kinderen hadden een heel leuke dag met veel snoep en chocolade.




Afgelopen maandag begon weer de normale week, met ook een nieuwe vrijwilligster, Jorien uit Eindhoven, die hier net zo lang als ik blijft. Ik kende tegen die tijd al bijna alle namen van de kinderen, en de kinderen waren ook al gewend aan mijn aanwezigheid. Dat betekende dat deze week ontzettend leuk was, de interactie met de kinderen verloopt heel goed. Elke dag als ze binnenkomen met ¨Buenas Tardes Señor Ronald¨ word ik meteen aan het werk gezet; niet zoals Nine en Jorien, die bezig zijn iedereen aandacht te geven en de chaos te beheersen, nee, ik ben gepromoveerd tot tekenaar. Ik hoor op een dag minstens 15 keer ´Dibujame!! (teken voor mij)´, doordat ik één keer zo slim was een tekeningetje te maken voor iemand.


Soms worden we gestoord als bijvoorbeeld een koe de poort openbreekt en het terrein oploopt (wat een heerlijk dorp), maar voor de rest heeft elke dag wel zijn vaste ritme.




Na drie dagen tekenen en engels komen de donderdagen van sport en de vrijdagen van film. Donderdag betekend hier dus dat je nadat kinderen naar huis gegaan zijn helemaal kapot bent. Ik ben op deze dagen 2 uur aan het rondrennen met kinderen op mijn nek, en als de ene eraf is, wil de volgende erop, kinderen aan het rondslingeren, en als de ene duizelig (ik net zo duizelig) loslaat wil meteen de volgende, en als ze klaar met aan mijn benen slingeren terwijl ik op het voetbalgoal zit, willen ze basketballen. KAPOT




Vrijdag is een stuk relaxter, dan zetten we alle stoelen voor de TV en wordt er een dvd gekeken, gisteren De Kleine Zeemeermin, en delen we frisdrank en koekjes uit. Als de kinderen er niet zijn, is het vooral heel relaxt, ik zit veel in de zon te lezen, tekenen, of lekker wandelen in omliggende bergen en dorpen. s´avonds is het ook erg gezellig met Jorien en Nine, we zitten vaak samen buiten de ongelovelijk mooie sterrenhemel te bekijken of lekker warm rond het vuur buiten als de temperatuur tegen het vriespunt komt. Maar ook met een fles rum en Peter Pan is het gezellig.